De “zaak” de Gallaix, 1914

“L’affaire” de Gallaix, 1914

De antennes van de grote zender van Laken hebben voor veel twijfel gezorgd. Voor hun exacte weergave blijft het moeilijk een eenduidig verhaal te schrijven. De bronnen lopen zodanig uiteen dat we ervan uitgegaan zijn dat menige vondst een mogelijke momentopname weergeeft van een veranderende situatie. Daarbij kunnen we Raymond Braillard volgen als hij stelt dat er veel geëxperimenteerd werd. Maar we vonden uiteindelijk twee getuigenverslagen: het eerste, van Victor Boin, leest u elders in deze sub-categorie. Kort gezegd spreekt hij over “een grote hoeveelheid antennendraden”. Dit zou kunnen overeenkomen met wat we vonden in het rapport van een zekere Henry M. de Gallaix, die getuige was bij de vernietiging van de antennenmasten: hij had het over 77 antennendraden! Hoewel verbazingwekkend, is die uitspraak toch aanvaardbaar. Inderdaad, Petit en Boutillon verwijzen in hun  boek “La télégraphie sans fil”, ca 1912, naar een schema van Fleming (“Electric Wave Telegraphy”), waar antennen genoemd worden van 1 tot 160 draden.


Maar toen vond ik nog een tweede “de Gallaix”-artikel [1]. Anders van vorm, maar toch blijkbaar identiek aan het eerste. Bij nader inzien echter bleek dat de schrijver nu “Marcel G.” als voornaam had. En wat bleek nog, zoals ik begon te vermoeden: in plaats van 77 draden stond hier geschreven 11 draden! Nu had “Henry M.” het ook nog over de vierkante doorsnede van de stalen masten: dat was volgens hem 7 m² (zijde 2,65 m). Daar waar ik bij “Marcel G.” een doorsnede van 1 m² vond!

Voelt u het nog niet komen?

Wel ja, de “1” van het oorspronkelijk handschrift zal met een “7” verwisseld zijn. De schrijvers kunnen een en dezelfde persoon geweest zijn: Henry M. de Gallaix was vermoedelijk ook  Henry Marcel G. de Gallaix. Hij werd misschien met Marcel aangesproken. De G. was dan nog een voornaam (ikzelf bezit  er vier). Voor de “1” i.p.v. “7” hebben we ook een afdoend bewijs: in de film “Le diamant noir van Machin, (zie hoofdstuk 5 van “Tussen vonk en omroep” en in de categorie TSF Laken) ziet men een man een mast beklimmen. Hij past goed in de mastdoorsnede, met weinig speling vóór en achter hem.
Beide artikels worden getoond op de volgende bladzijden.

                                                                                                      Bruno Brasseur.

[1] Met dank aan Fons Vanden Berghen die ons langs een relatie van hem, Jürgen Hoefeld, dit tweede artikel bezorgde. Het werd gevonden in de Universitaire Bibliotheek te Göttingen, Duitsland. Ik had in “History of radio telegraphy and telephony”, 1928 van G.G. Blake een verwijzing gevonden naar een artikel “The Radio Station at Laeken (Brussels), in The Electrician, vol Ixxiv, page 292, 1915. En ik wist dat Fons nogal contacten had in Engeland. En hij bracht het zaakje aan het rollen. En zo kwamen we in Göttingen terecht.

Les antennes du grand émetteur de Laeken ont suscité beaucoup de doutes. Pour leur représentation exacte, il reste difficile d’écrire une histoire claire. Les sources varient tellement que nous avons supposé que de nombreuses découvertes indiquaient un instantané possible d’une situation en évolution. De plus, on peut suivre Raymond Braillard quand il affirme qu’il y a eu beaucoup d’expérimentation. Nous avons finalement trouvé deux témoignages: le premier, de Victor Boin, qui peut être lu ailleurs dans cette sous-catégorie. En bref, il parle d’une “grande quantité de fils d’antenne”. Cela pourrait ressembler à ce que nous avons trouvé dans le rapport d’un certain Henry M. de Gallaix, témoin de la destruction des mâts d’antenne: il parlait de 77 fils d’antenne! Bien qu’étonnant, cette déclaration est néanmoins possible. En effet, dans leur livre “La télégraphie sans fil”, vers 1912, Petit et Boutillon font référence à un schéma de Fleming (“Electric Wave Telegraphy”) dans lequel des antennes de 1 à 160 fils sont mentionnées.

Mais ensuite, j’ai trouvé un deuxième article “The Gallaix” [1]. De forme différente, mais apparemment identique à la première. En regardant de plus près, cependant, il s’avéra que l’écrivain avait maintenant “Marcel G.” comme prénom. Et comme je commençais à le croire, il s’est avéré que: au lieu de 77 fils, on pouvait lire ici 11 fils ! Et “Henry M.” allait encore plus loin: la coupe horizontale des mâts en acier faisait selon lui 7 m² (côté 2.65 m). Là où je trouvai chez “Marcel G.” une coupe de 1 m²!

Vous sentez venir?

Eh bien oui, le “1” du manuscrit original aura été échangé contre un “7”. Les écrivains étaient peut-être une seule et même personne: Henry M. de Gallaix était probablement aussi Henry Marcel G. de Gallaix. On l’appelait peut-être tout court Marcel. Le G. était sans doute un second prénom (j’en ai quatre moi-même). Pour le “1” au lieu du “7”, nous avons également une preuve concluante: dans le film “Le diamant noir de Machin, (voir chapitre 5 de ” Tussen Vonk en Omroep” “et dans la catégorie TSF Laeken), on remarque un homme grimper dans un mât. Il s’intègre bien dans la section transversale du mât, avec un faible dégagement devant et derrière son corps.
Les deux articles sont présentés dans les pages qui suivent.

Bruno Brasseur

[1] Un remerciement à Fons Vanden Berghen qui nous a apporté ce deuxième article par l’entremise d’une relation à lui, Jürgen Hoefeld. Ce deuxième article a été trouvé à la bibliothèque universitaire de Göttingen, en Allemagne. Dans “Histoire de la radiotélégraphie et de la téléphonie”, 1928, de GG Blake, j’avais trouvé une référence à un article intitulé “La station de radio de Laeken (Bruxelles)”, dans “The Electrician”, vol. Ixxiv, page 292, 1915. Et je savais que Fons avait des contacts en Angleterre. Et il a lancé sa recherche. C’est ainsi que nous sommes tombés sur Göttingen.

Eerst gevonden versie van Henry M. de Gallaix.
Première version trouvée de Henry M. de Gallaix.

Uit “Radio Amateur News”, November 1919, p. 220.
Niet specifiek vermeld in de korte inhoud.

Dans “Radio Amateur News”, November 1919, p.220.
Pas mentionné spécifiquement dans le sommaire.



Tweede versie, van Marcel de Gallaix
Deuxième version, de Marcel de Gallaix

Uit “The Electrician”, 4 December 1914. Vermoedelijk de originele versie.
Dans “The Electrician”, 4 December 1914. Probablement la version originale.


En het moet niet altijd serieus zijn…

Kort geleden ontving ik van een vriend en vroegere studiegenoot (ik zal je naam niet noemen, Ghislain) een plezant verhaaltje, onrechtstreeks in verband met het vorige. Hier volgt het:

Vandaag zijn er nog veel mensen, die, als ze het cijfer zeven schrijven, een horizontaal streepje zetten in het midden van het cijfer. De meeste soorten lettertypes hebben dit echter al lang laten verdwijnen: vb. 7.
Maar weet je waarvan dat streepje eigenlijk gekomen is?
Daarvoor moet je ver teruggaan:

nadat Mozes de Sinaïberg beklommen had, waar hij de 10 geboden gedicteerd kreeg keerde hij terug naar zijn volk en las hen met luide stem alle geboden voor.
Aan het zevende gebod gekomen riep hij:
” Je zal de vrouw van je naaste niet begeren “.
En toen riepen ze allen: doorstreep de zeven !”

Zoals ik al schreef, plezant, maar misschien toch niet helemaal juist. Onze oude catechismus verwijst hier eerder naar het 10de gebod dan naar het 7de, dat ons leert: “vlucht het stelen en bedriegen”. Juister zou het 10de zijn: “begeer nooit iemands goed”, in de meeste oude teksten (opgezocht op internet) vermeld als het laatste (bij ons het 10de) gebod: “U zult uw zinnen niet zetten op het huis van een ander; u zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste, niet op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, op niets wat hem toebehoort”.
Maar het verhaaltje blijft plezant…

Cela ne doit pas toujours être sérieux…

Récemment, j’ai reçu une histoire agréable d’un ami et ancien camarade étudiant (je ne mentionnerai pas ton nom, Ghislain), liée indirectement à ce qui précède. Voici l’histoire:

Aujourd’hui, nombreux sont ceux qui, lorsqu’ils écrivent le chiffre sept, placent une ligne horizontale au milieu du chiffre. Cependant, la plupart des sortes de caractères ont depuis longtemps fait disparaître cela: par exemple. 7
Mais savez-vous d’où vient ce petit trait?
Pour cela, il faut remonter loin:
Après que Moïse eut escaladé le mont Sinaï, où il lui fut dicté les 10 commandements, il retourna vers son peuple et les lut tous à haute voix.
Au septième commandement, il appela:
“Tu ne convoiteras pas la femme de ton prochain.”
Alors ils ont tous crié: rayez les sept! “

Comme je l’ai dit, agréable, mais peut-être pas tout à fait correct.
Notre vieux catéchisme se réfère ici plutôt au 10ème commandement qu’au 7ème, qui nous enseigne: “Fuyez le vol”. Plus exactement, le 10 serait: “ne jamais convoiter le bien d’autrui”, mentionné dans la plupart des textes anciens (recherché sur Internet) en tant que dernier (dans notre cas, le 10ème): “Vous ne convoiterez pas la maison d’autrui; vous ne convoiterz pas la femme de votre prochain, ni son esclave-homme, ni son esclave-femme, ni son boeuf ni son âne, ni rien de ce qui lui appartient. “

Mais l’histoire reste agréable …