Téléphone haut-parleur

La Lumière Electrique, Marzi, Téléphone haut-parleur, T. II (2ème série), n°14, 4 avril 1908.

Deze tekst met tekening uit “La lumière Electrique” (4 april 1908, p 20-21) verscheen niet in onze beide boeken. We vonden ze twee jaar na de editie van het eerste boek en dus eveneens 2 jaar vóór die van het tweede boek. Het formaat van ons digitaal archief overschrijdt echter 100 Gb en de tekening heeft het tweede boek niet gehaald. De werking van de “haut parleur” hadden we echter begrepen, zie uittreksel uit het 2de boek ( p 185-186):

Marzi en zijn sterkstroomrelais [1].

Voor Giovanni Battista Marzi (1857-1928), was aanvankelijk een kerkelijke carrière weggelegd, na klassieke studies en theologie aan het seminarie van Montefiascone. Zeer jong (23 jaar) organiseerde hij echter het Romeinse telefoonnetwerk. Later bouwde hij een fabriek voor de vervaardiging van precisie-instrumenten. In 1886 kreeg hij de toelating om het interne telefoonnetwerk van het Vaticaan te bouwen, met de eerste automatische centrale in de wereld. Na verscheidene uitvindingen bouwde hij in 1906 zijn  “altosonante” (men spreekt soms van “altoparlante”). Het was een vermogen-luidspreker, en misschien wel de eerste. De Italiaanse marine had behoefte aan een luidspreker die op de schepen, tussen het lawaai door van machines en geroep, berichten kon doorgeven aan de matrozen. Marzi stelde bij een bezoek vast dat de buitenlandse toestellen (Mix & Genest, Siemens, Graham) geen voldoening gaven: men kon ze slechts horen tot op één meter! Men wou de toestellen steeds groter maken, met grotere membranen, maar Marzi zag in dat de oplossing lag in een mechanische benadering. Zijn voorbeeld was het diafragma (membraan) van de grammofoon, waarbij een glazen naaldje op het diafragma bevestigd was en de trillingen hierop overbracht. Zijn “altosonante” werd deels naar dit principe gebouwd. We bezitten hier geen schets van, maar kunnen ons het toestel het best voorstellen aan de hand van afb. 8-10, schets IV (zie hieronder): wanneer we hier de onderdelen 23, 25 en 26 weglaten en we bevestigen het staafje 24 loodrecht op een membraan, dan hebben we de “altosonante” [2]. Deze werd eveneens op afstand bediend door een gewone microfoon.
Hij was ook goed gekend bij het Russisch leger.


[1] Giovanni Battista Marzi, (1857-1928), is afkomstig uit Cornigliano (Liguria), Italië. Scheidt-Boon spreekt van vader en zoon Marzi. Goldsmith spreekt over de gebroeders Marzi als hij het heeft over de Morettiboog. In de literatuur wordt afwisselend broer of zoon vermeld. Zelfs in Italië vonden we nog geen uitsluiting. Geboorte- en overlijdensdatum hebben we nu gehaald  uit het parochieregister voor de geboorte en uit het  “certificato di morte” van de “commune di Roma” (volgens dit bericht is hij dan weer geboren in 1871. Dit laatste lijkt zeer onwaarschijnlijk, daar de automatische centrale in het Vaticaan reeds geplaatst was  in 1886). Andere bronnen vermelden nog als geboortedatum 1860.

[2] Een uitvoerige beschrijving van de “altosonante” vonden we in een artikel van Giuseppe Santiloni, “Vita e opere dell’elettronico G. Battista Marzi, verschenen in het jaarlijks bulletin (1989) van de Societá Tarquiniense di Arte E Storia, en het is ook te lezen op internet, http://www.artestoriatarquinia.it/.

Detailtekeningen van de sterkstroommicrofoon van Marzi. Scheidt-Boon, Téléphonie sans fil, “T.S.F.”, Valenciennes, 28 février 1914; Amerikaans patentaanvraag van Marzi op 12februari 1914 (nr 1,237,933 van 21 augustus 1917). Zie binnenkort elders op deze site.