Terugblik, Braillard en de Dorlodot, 1934

Radiopost n°27, K.H. (schrijver onbekend), Terugblik, de eerste radio-uitzending twintig jaar geleden, april 1934.

We geven de twee originele pagina’s, maar gezien de slechte kwaliteit volgt een beter leesbare versie.

Twintig jaar later : interview in het N.I.R. van R. Braillard en Albert de Dorlodot vlak vóór 28 maart 1934. In het Nederlands aangebracht door K.H. (schrijver onbekend) in « Radiopost » nr 27, april 1934.

“Het is twintig jaar geleden dat men op het zendstation, in het park van het koninklijk paleis te Laken gelegen, de eerste regelmatige muziekuitzendingen inhuldigde met een concert aan Hare Majesteit de koningin Elisabeth opgedragen.
Enkele Brusselaars zullen zich waarschijnlijk de pylonen, niet ver van de Van Praetbrug, van dit station herinneren dat dank zij het initiatief van koning Albert voor draadlooze verbinding met Congo werd opgericht. In de jaren 1913-14 reeds aan radio telephonische uitzendingen denken getuigt voor den ondernemingsgeest van onzen vorst. In de geschiedenis van het radio-wezen zal het dan ook in gouden letters geboekt staan dat het aan de stoute helderziendheid van Albert de Groote te danken is dat op 28 Maart 1914 de regelmatige radioconcerten van Laken werden ingehuldigd…”
“…De Heer Raymond Braillard, eertijds directeur van het station en heden directeur van het  U.I.R., alsook baron Albert de Dorlodot, die onder de eerste luisteraars was en thans lid van de Beheerraad  van het N.I.R. is, hebben ons in de grootste welwillendheid enkele herinneringen aan deze eerste uitzending afgestaan.
– Deze uitzendingen te Laeken, vragen wij aan den Heer Braillard, hoe gebeurden zij?
-Begin 1913 hadden ze reeds aanvang genomen en ze werden tot den 20 Augustus 1914 voortgezet. Enkele uren alvorens de Duitschers te Brussel binnenrukten, gaf de Koning zelf het bevel het station te doen springen.
– Het waren de eerste radiophonische uitzendingen?
– In Europa, ja, wat er in Amerika gebeurde zou ik u moeilijk kunnen zeggen. Maar heel weinig mensen weten het dat die eerste uitzendingen in België plaats hadden en dat men in ons land destijds reeds een mooi aantal radioliefhebbers kon tellen. De uitzendingen van Laeken werden doorheen het gansche land gehoord, wij ontvingen zelfs berichten van luisteraars uit het buitenland, uit Holland en Frankrijk, uit Parijs onder anderen.
– En zoudt u me kunnen zeggen hoe die eerste uitzendingen werden bezorgd?
– Waarom niet. Natuurlijk beschikten wij toen nog niet over zendlampen, alhoewel de eerste brevetten voor electronische lampen reeds in 1907 werden genomen. Onze zender fungeerde met een electrische boog.
In princiep was onze installatie zeer eenvoudig, alhoewel wij alle moeite hadden om ze in goede orde te beredderen, vooral indien men rekening wil houden met onze zendkracht van 2 kW bij de antenne, hetgeen ongelooflijk voor de meeste technici bleek te zijn.
– Op welke golflengte werkte uw zender?
– Op de golflengte van het huidige Hilversum ongeveer, het is te zeggen in de nabijheid van 1800 meters.
– En de programma’s?
– Het programma van het N.I.R. op 28 Maart aanstaande zal er u een idee van geven. In 1914 was men heusch met veel minder dan nu tevreden, maar voor het ogenblik waren de programma’s van Laeken zeer bevredigend.
De verschillende instrumenten van het orkest waren voor groote acoustische hoornen geplaatst die den klank naar den hoorn van het microfoon moesten weerkaatsen.
– Het programma van het N.I.R. van hetwelk u me zoo even hebt gesproken, was een gala-programma. Maar hoe waren ze dan voor een gewone uitzending opgemaakt?
– Gewoonlijk kreeg men solomuziek te hooren dat dan verder met phonoplaten afwisselde, net als nu.
– Was de kwaliteit van die uitzending bij de ontvangst bevredigend?
– De vergelijking met de huidige resultaten houdt natuurlijk geen stand, maar de ontvangst was voldoende helder om de luisteraar in de grootste vervoering te doen opgaan.
Na de oorlog dachten de koolkorrelluisteraars dat ze de eersten waren om met een dergelijk iets om te gaan: van in 1914 af  was het nochtans gemeengoed van onze luisteraars.
Zoals u weet gebeurden deze uitzendingen onder impuls van koning Albert die zich heel intiem aan onze proefuitzendingen had geïnteresseerd. Heel dikwijls kwam hij een bezoek aan onze laboratoria brengen om de werkzaamheden van dichterbij te kunnen volgen en telkens hij eene opmerking maakte, was zijne bewoording vol helder inzicht, hij was niet alleen een liefhebber van draadloze uitzending, maar ook een kenner.
Wat de koningin Elisabeth betreft, zij ook had van den beginne af de groote beteekenis van de radiouitzendingen voor de toekomst vermoed. Men kan haar gerust onder de eerste en meest getrouwe luisteraars tellen. Hare Majesteit heeft dan ook met de grootste nieuwsgierigheid en in vreugde, het inhuldigende koncert van onze uitzendingen op 28 Maart 1914 beluisterd.”

“…Tot de Heer baron Albert de Dorlodot: zoudt u de goedheid willen hebben ons enkele herinneringen aan de uitzending van 28 Maart 1914 mee te deelen?
– Ik kan u de verzekering geven dat het niet zonder een zekere emotie is dat ik tot die heuglijke gebeurtenis terugga. Maar  hoe u de wondere sensatie van het oogenblik terug te geven?  Men gaf zich toen wel rekenschap dat men voor onmeetbare nieuwe horizonten stond, maar dewelke wist men nog niet heel juist. Het radiowezen behoorde nog tot het rijk van het onbekende… heel confuus voelde men het aan dat men voor een groote gebeurtenis stond, men stond als vol verbazing, en ook als dronken voor de revelatie van het oneindige dat ons langs den luisterhoorn tegemoet kwam.
– Waren er reeds veel luisteraars in 1914?
– Wel enkele honderdtallen, indien ik me niet vergis. U moet niet vergeten dat de uitzending van Maart 1914 niet de eerste was, maar wel de inhuldigende uitzending van regelmatige concerten na een mooie reeks proefuitzendingen die sedert 1913 reeds geschiedden. Talrijke luisteraars waren uitgerust om naar de regelmatige meteorologische uitzendingen van den Eiffeltoren te luisteren. Indien mijn herinneringen aan mijn luisteraarsaanteekeningen me niet bedriegen (ze werden in 1914 vernield) heb ik reeds in 1913 mijn eerste radiophonische ontvangsten verkregen. Eerst dacht ik met telephonische interferenties te doen, maar weldra moest ik er mij van overtuigen dat het wel draadloze ontvangsten waren.
– En de openbare meening, hoe stond ze tegenover de geboorte van het radiowezen?
– Deze geboorte werd met veel scepticisme ontvangen… men aanzag de eerste luisteraars als verstokte dweepers of beter nog als simpele grapjesmakers.
Daar de 28n Maart niet ver van den 1sten April verwijderd was, heeft men natuurlijk  aan een mooie Aprilvisch gedacht. U zoudt de kranten uit dien tijd moeten lezen, ze zijn de moeite waard.
Onder handteekening van een zekeren Frits des Tilleuls verscheen er in “Le Soir” van 30 Maart een dithyrambisch artikel aan de “Concert Aérien” gewijd. Het gansche arsenaal der mythologie werd er bijgehaald… Andere kranten lieten hun enthousiasme minder hoogtij vieren; wat het vulgus plebs betrof, laat er ons liever niet over spreken, het was met den Aprilvisch ingenomen en vroeg niets beters.
Maar zoodra men vernam dat koning Albert ook in het grapje was gecompromitteerd, begon men langzamerhand na te denken en zoodra men begrepen had dat men met één der prachtigste ontdekkingen van dezen tijd te doen had, begon het leger der radioluisteraars aan te groeien.
– Hoe zagen de ontvangtoestellen van 1914 er uit?
– Zeer primitief waren ze natuurlijk… koolkorrelapparaten waren het, en die men zelf fabriceerde. Mijn eerste toestel moet me de mooie som van zeven frank hebben gekost, het was natuurlijk geen” super” en toch gaf het mij de grootste voldoening. De draadlooze telegraphie was nog een zeer mysterieus iets, vol onbekende aangelegenheden die met den vooruitgang zijn verdwenen, hetgeen niet nalaat dat het radiowezen van heden toch ook een mooi en wonderbaar iets kan zijn, dat ik van dag tot dag altijd meer lief begin te hebben.”

Na de uitzending van 28 maart 1914.

Uittreksel uit “Le Patriote” van 31 maart 1914 (zie middenstuk van het eerste blad) (oorspronkelijk in het Frans).
Extrait du “Le Patriote” du 31 mars 1914 (voir la pièce médiane de la première page.


Concert in de ether.

Vanaf nu, elke zaterdagmiddag, zal het grote draadloze telegrafiestation van Laken concerten de ether insturen.
De fans van de T.S.F. zullen blij zijn met deze mogelijkheid om de werking met de afstemspoel te verbeteren.
Merk in dit verband op dat we veel brieven hebben ontvangen van ongelovige lezers die ons verwijten dat we te veel hebben aangedrongen op de aprilvis van de concerten per T.S.F. Reden om te herinneren aan het spreekwoord: “Geen erger doven dan …



(die niet horen willen…)

Concert aérien.

            Désormais, tous les samedis, après-midi, le grand poste de télégraphie sans fil de Laeken organisera des concerts aériens.           
Les fervents de la T.S.F. seront enchantés de cette occasion pour se perfectionner dans le maniement de la bobine d’accord.           
Signalons à ce propos que nous avons reçu de nombreuses lettres de lecteurs incrédules qui nous reprochent d’insister trop longuement sur le poisson d’avril des concerts par T.S.F. C’est le cas de rappeler le proverbe : « Il n’est pire sourd… »

(que celui qui ne veut entendre…)