Mathieu Zana Etambala, Veroverd, bezet, gekoloniseerd, CONGO 1876-1914, pp 463, 2020.

Enkele uittreksels

Pagina 57. Tijdens de grote strafexpeditie van 1898-99, georganiseerd door Edouard Schaerlaeken, de commandant van de post Isaka, gelegen aan de Sankuru. Hij stelde daarna een rapport op, waarvan hier een deeltje. Hij wachtte op het bezoek van een zekere chef Lukengo :

Pagina 117. Verschil rechtspraak blanken/zwarten.

Pagina 163. Mathieu Leyder, postchef te Inongo, vermoordde twee inlanders en een gevangene (1998). Hij kreeg hiervoor 5 jaar strafdienst. In beroep werd zijn straf verdubbeld. Voor zijn verdediging haalde hij een opdrachtsbrief boven van districtscommissaris A. Jacques, waarin hij instructies had gekregen om hard op te treden. Hier een passage :


Straffe taal. Hoewel misschien figuurlijk bedoeld, was Jaques toch als districtscommissaris, van niet minder dan het district Leopold II-meer, goed op de hoogte van de schermutselingen met doden als gevolg, en hierbij hoofdverantwoordelijke. Toch werd hij echter niet verhoord, was hij al teruggekeerd naar België en had hij de Congolese staatsdienst verlaten.
Verwijzing naar Dewulf M. en Gysel A., “Alphonse Jaques de Dixmude…”, 2016, p 94-97.
DAniel Vangroenweghe, in “Rood Rubber“, verwijst over het bovenstaande (“Prévenez les gens s’ils coupent encore une liane, je les exterminerai tous jusqu’au dernier”) op p 254 naar nota 67, AE 348 (Affaires Etrangères)
.
Fernand Hessel in zijn artikel “Le Général Baron Alphonse Jacques de Dixmude, pionnier au Congo, héros en Belgique”, in nr 29 van MDC, 2014, geeft hier ook commentaar over. Zijn stelling wijkt echter af van het hierboven genoemde : “menace verbale, dictée par la colère”. Men heeft het echter over een nota aan een voorgelegde opdrachtsbrief.

Pagina 210. Uit een rapport van pater Jules Van Houtte die onderzoek deed over de rubbercampagne :

Pagina 242. Uit een artikel van Gustaaf Boelaert, missionaris van het Heilig Hart.